Reacties van lezers en bezoekers

Triofysica is begin juni 2016 ingijpen veranderd
De nu minder relevante opmerkingen zijn in een apart hoofdstuk geplaatst.

Een beschouwing over halveringstijd

Enige gangbare opvattingen over radioactiviteit September 2014
1) De halfwaardetijden van radioactieve isotopen zijn nagenoeg constant.
Kleine schommelingen in de seizoenen werden waargenomen, maar niet begrepen.
2) Instabiele radioactieve kernen vallen zonder gekende reden uit elkaar.
3) Het tunneleffect is met name noodzakelijk voor de alfastraling.
4) Alle hemellichamen schieten energetische deeltjes uit, de één meer dan de ander.
Het kunnen materiële deeltjes en fotonen zijn. Samen produceren ze de kosmische straling.
Een fractie van deze straling is de 'zonnewind'.

Eén van mijn hypotheses
Als een onstabiele kern wordt geraakt door een kosmische deeltje, kan deze kern vervallen.
Deze botsing geeft een oorzaak van het verval.
Het tunneleffect zou niet meer nodig zijn, omdat de deeltjes uit de ruimte de nodige drempelenergie leveren.

Een overweging
’s Nachts wordt de zonnewind afgeschermd door de aarde.
Overdag is er zodoende meer kosmische straling dan ’s nachts.
Volgens mijn hypothese zouden overdag meer kernen per seconde kapot geschoten moeten worden dan ’s nachts.
Dan zou de halfwaardetijd van elke isotoop overdag wat korter duren dan ’s nachts.

Commentaar van Dr. M. Blaauw van de experimentele kernreactor van de Technische universiteit in Delft
Experimenteel blijken de halfwaardetijden geen meetbaar verschil te geven in de dag en nacht.
De hypothese zou dan niet houdbaar zijn.

Mijn commentaar
Ik weet (nog) niet hoe groot de intensiteiten van de zonnewind zijn en van de totale kosmische straling.
Als de verhouding erg klein is, kan het verschil in dag en nacht niet goed waargenomen zijn.
Vooral niet, als er niet bewust naar is gezocht.
Bovendien speelt het magneetveld van de aarde ook nog een discutabele rol. Dat verstrooit immers geladen deeltjes.
Voorlopig blijf ik nog bij mijn hypothese, eigenwijs als ik ben.



Minder relevant door ingrijpende verandering van de theorie over triofysica

Erik W 20-3-2013 inzake triofysica
Wat een mooie antwoorden op je theorie. Ik ben het met zijn opmerkingen eens betreffende de presentatie
van je theorie naar derden. Het is sterker als je vanuit bestaande experimenten uitgaat en daar een simpeler
verklaring voor geeft. Ik snap dat het lastig is om jou theorie naast de bestaande opvattingen te plaatsen
en toch zal dat naar mijn mening op een of andere manier moeten om mensen warm te krijgen. Zeker mensen
die aan het huidige model werken. Die houden meestal vast aan bestaande opvattingen van henzelf.
El Mar, ik ken hem niet, maar lijkt me een heel geschikte gesprekspartner.
Eventuele structuur in electronen zal nooit op basis van chemische experimenten verklaard
kunnen worden. Chemie bestudeerd de herschikking van electronen om kernen, maar doet geen enkele
uitspraak over de aard van electronen, anders dan dat ze een negatieve lading en verwaarloosbare
massa t.o.v de kern hebben. Dat is echt een onderwerp van de deeltjesfysica.
Dank voor je reactie op El Mar en je chemische toelichting.
Overigens snap ik je dilemma bij de bouw van het neutron. Is het neutrale deeltje een trio of
een (elektrische) dipool?
Ik was bang dat dit dilemma mijn theorie van tafel zou vegen. Maar ik denk dat ik de oplossing
gevonden heb: het neutrale deeltje in het neutron, de e9, kan magnetisch vastplakken, omdat dit
fermion spin
$ heeft!

El Mar 18-3-2013 over triofysica inzake het probleem met de neutrale deeltje.
U zegt dat het neutrale deeltje bestaat uit drie deeltjes, dat net als alle andere bestaan ​​uit drie
subdeeltjes (vandaar de naam trio's). Elk van deze kan zowel positief, negatief of neutraal zijn.
Ze plakken aan elkaar als gevolg van elektrostatische aantrekking. Maar wat houdt het neutrale
deeltje op zijn plaats? Als het antwoord is dat het een positieve en negatieve lading (en een neutrale)
bevat, en is dus gehouden aan de + en - door elektrostatische krachten ook, zijn we gewoon het probleem
aan het verschuiven naar de vraag wat een neutrale lading is in het volgende (kleinere) niveau.
Begrijp ik het goed dat dit betekent dat ieder 'neutraal' trio bestaat uit een positieve, negatieve
en een neutrale (die weer bestaat uit een positieve, negatieve en een neutrale, die weer ...) ...?
Dit zou betekenen dat er een oneindig(!) aantal positieve en negatieve ladingen in elk atoomkern.
En een dergelijke bewering vraagt naar mijn mening ​​om een ​​experimentele bevestiging. Naarmate de
niveaus lager en daarmee kleiner worden, worden de proeven steeds moeilijker en tenslotte zelfs
onmogelijk. Ik denk daarom, dat een verklaring voor de aanwezigheid van neutrale deeltjes nog
ontbreekt.
Dit alles interpreteer je correct, haarscherp. (Alleen kunnen sommige exotische deeltjes ook uit
twee of meer dan drie deeltjes bestaan.)
Ik heb al met dat probleem geworsteld. Het probleem is er niet als 'we tot in het oneindige' gaan.
Met een eindig aantal niveaus is 'uw' probleem er werkelijk.
Ik vroeg me over de neutrale deeltje af, of het geen trio is maar een elektrische dipool.
De spin zou dan nul zijn en niet
$. Dat geeft een probleem met het beschrijven van een
neutron. Stel dat een neutron is gelijk aan
p5p11e9. De spin is en moet $ zijn.
Wanneer e9 een
dipool is, dan zou de spin van het neutron nul zijn. Ik heb dit probleem nog
niet opgelost. Kunt u dat?


Vragen gesteld op de lezing van 5 maart 2013 over TRIOFYSICA

De bezoekers in Lokaal Ambrosius te Groningen waren anoniem.

Bezoeker 1 Wat is het nut van uw theorie voor de fysica?
De driedimensionale triotheorie is aanzienlijk eenvoudiger dan de gangbare theorieën.

Bezoeker 2 Waardoor storten niet alle kernen verder ineen?
Dat zelfde probleem bestaat ook met de gangbare kernkrachten.
Ik moet u het antwoord voorlopig schuldig blijven.


Bezoeker 2 Als er gelijksoortige trio's en tegengesteld geladen trio's zijn,
waardoor is er dan geen antimaterie?
Materie en antimaterie vreten elkaar op en er blijven alleen gammafotonen over.
Dat is een schending van de wetten van behoud van massa en energie.
U weet nu dat ik annihilatie vervangen heb door inploppen.
Verder is het wellicht een kwestie van definitie. Ik zou de twee tegengesteld geladen deeltjes
van dezelfde soort liever spiegelmaterie noemen. Zie het bijbehorende hoofdstuk.


Bezoeker 2 Waarvoor begint u bij e5 (te tellen) en niet bij e0?
Dat is betrekkelijk willekeurig. Het is een kwestie van definitie.
Zou je op het grootste e-deeltjes letten, dan zou e0 meer voor de hand liggen zijn.
Ik heb erop gelet, dat in een H-atoom het proton en elektron op hetzelfde niveau staan.
Bij de p-trio's is dat niveau 5; bij de e-trio's dan ook 5.


Bezoeker 2 Hoe kun je equitopen scheiden?
Het scheiden van isotopen is al lastig doordat de massa's van de betrokken atomen
maar nauwelijks verschillen. Toch lukt het met de ultracentrifuge.
Bij de equitopen is alleen de ladingsverdeling binnen de kern anders.
Met de huidige technieken lijkt me scheiden van equitopen niet haalbaar en waarvoor zou je het willen?
Het heeft op dit moment geen enkel nut om ze te willen scheiden.
Het probleem lijkt in de chemie op het scheiden van optische isomeren (ruimtelijke spiegelbeelden).


Bezoeker 2 Is het niveau van één van de trio's in een neutron niet anders dan gegeven?
Ik beloof, dat ik het later zal narekenen en zonodig op de website verbeteren.
Dat heb ik intussen nagerekend en de opgegeven trio's waren de juiste.

Bezoeker 3 vergeleek het versnellen van een ion in een elektrisch veld (waardoor de massa
merkbaar toeneemt) met 'het probleem van de regendruppels': wordt je natter als je sneller fietst?

Na afloop een discussie met een studente biologie
Het bepalen van de samenstelling van een ionkern naar aanleiding van de massa lijkt op betalen
Eerst betaal je met een zo groot mogelijk bankbiljet, dan met één die wat minder waard is, (de p-trio's) en
tenslotte met kleingeld, munten(, de e-trio's). Die vergelijking vind ik prachtig. Goed begrepen en goed gezien. Helemaal juist.
Maar je kunt op verschillende manieren betalen.
Als je bijvoorbeeld 2 p4 en 2 p5 hebt, dan heb je eigenlijk 2×3+2=8 p5
Alweer juist. De samenstelling van een atoomkern is voorlopig nog niet eenduidig bepaald.

Einde reactie op lezing.

Wetenschappen Home