Oreons — Franklin Roos, 24 februari 2026. Een hypothese over kernen en deeltjes. Het is een experiment; gebruik het niet bij een opleiding. Reacties: efdeeroos@gmail.com.
Franklin Roos efdeeroos@gmail.com
Klink 19
9356 DG Tolbert
Nederland 0031 6 4316 4378
Alle gebruikte eenheden komen uit de SI = het Internationale Systeem.
Ze zijn allemaal bedoeld als internationaal.
Simplex sigillum veri
'Eenvoud is het kenmerk van het ware'
Herman Boerhaave (1668 - 1738)
Alles moet zo eenvoudig mogelijk worden gemaakt,
Maar niet eenvoudiger.
Albert Einstein (1879-1955)
Dit boek lijkt ketterij.
Echter...
Lees alsjeblieft in de juiste volgorde, anders krijgt u de clou nooit te pakken.
Dus, alstublieft, dringend, niet browsen.
Onnodig is de huidige kernfysica behoorlijk ingewikkeld geworden. Deze oreon-hypothese verklaart slechts iets meer dan de huidige opvattingen, maar na acceptatie zal er een verrassende vereenvoudiging optreden. Verdwijnende tierelantijntjes zijn ontstaan door verkeerde uitgangspunten.
De oreonhypothese is een compleet nieuw drie-ruimtelijk-dimensionaal concept over kernfysica en deeltjes.
Kernen en deeltjes zien eruit als kristallen met miljarden oreons erin.
De oreons zijn kleiner dan neutrino's. Daarom kunnen ze nog niet worden gedetecteerd. De auteur voelt zich als de natuurkundigen uit de begindagen van de moleculentheorie.
Heisenberg’s onzekerheid wordt anders uitgelegd.
Stabiliteitscriteria worden besproken.
Het bestaan van equitopen. Elk vervalt op hoogstens één manier.
Geen vernietiging of schepping, maar associatie en dissociatie.
De 'neutralon ocean' beperkt de snelheid van elektromagnetische straling in vacuüm tot 300 Mm/s.
Andere oorzaken van de roodverschuiving van licht.
Het dualistische karakter verklaard.
Discussie over historische fouten in de fysica.
Franklin Roos, de auteur, vroeg zich af of er een compleet nieuwe fysische theorie mogelijk zou kunnen zijn op het gebied van kernfysica en elementaire deeltjes, omdat de huidige theorieën behoorlijk ingewikkeld zijn geworden, onnodig.
Dus 'bedacht' hij de oreon-hypothese. Deze uitvinding verklaart niet veel meer dan de huidige opvattingen, maar na acceptatie zal er een verrassende vereenvoudiging plaatsvinden. Er zullen veel 'tierelantijntjes' verdwijnen. Franjes die zijn ontstaan door verkeerde uitgangspunten.
De auteur erkent de kwantumfysica grotendeels, ondanks het feit dat het niet echt natuurkunde is, maar eerder een onderdeel van de kansrekening die op de natuurkunde wordt toegepast.
In § 5 geeft hij blijk van duidelijke twijfels over ontbrekende causaliteit. Lees het nu niet.
Ook creatie en annihilisatie interpreteert hij anders. Zie later § 4.1 en 4.2.
De relatie in de titel drukt uit dat er zogenaamde incommensurabele paren van grootheden bestaan, waarvoor het niet mogelijk is om de waarden van beide grootheden precies op hetzelfde moment vast te leggen of ze met een willekeurige mate van nauwkeurigheid te bepalen [Wikipedia]. Heisenberg verkortte de onzekerheden van de gemeten waarden van positie en impuls van deeltjes als Δx en Δp. Toen liet hij Δx·Δp ≥ ħ/2 zien. (ħ is gelijk aan de constante van Dirac.)
De woorden incommensurabel en om op te nemen impliceren dat het om metingen gaat.
Alle natuurkundigen accepteren dat Heisenberg gelijk heeft tijdens experimenten. De onzekerheden worden veroorzaakt door een drastische verstoring van de toestand van de deeltjes.
Als er geen experiment is, kun je niets weten. Dit is zeker ook een onzekerheid, maar anders dan de ongelijkheid van Heisenberg.
Het grotere kamp van natuurkundigen beweert dat ‘Heisenberg’ waar is. Kortom: 'Heisenberg' is altijd waar.
Het kleinere kamp zegt het tegenovergestelde. De auteur behoort tot deze groep, want als er geen experiment is, is er geen verstoring.
Als een kern door geen enkele oorzaak wordt verstoord, hebben de nucleonen lokaal een vaste positie en een lage impuls. De twee onzekerheden zijn dus erg klein. Niettemin kunnen kernen bestaan. Kijk in de spiegel en je zult weten dat je bestaat met al je kernen erin. Het is dus duidelijk dat 'Heisenberg' niet geldig is.
Als een bal op tijd nul op een stopwatch uit een toren wordt gegooid en er wordt gevraagd wanneer de bal de grond zal raken, geeft de klassieke bewegingsvergelijking een positieve en negatieve oplossing. Het positieve leidt tot het gewenste antwoord. De negatieve wordt afgedaan als 'niet toegestaan'. De zelden genoemde reden hiervoor is dat de beweging niet bestond vóór tijd nul. De kwadratische bewegingsvergelijking geldt alleen vanaf tijd nul totdat de grond, de aarde, wordt geraakt; een begrensd domein.
De Hamilton-relatie heeft ook een beperkt domein, ook al wordt het nauwelijks genoemd. Als er geen meting is, worden er geen verstoringen veroorzaakt en heeft delta geen betekenis. De conclusie is dat 'Hamilton' alleen van toepassing is als er gemeten wordt. Dit kan worden beschouwd als het domein.
De huidige verklaring van Hamiltons onzekerheidsrelatie is blijkbaar erg onzeker.
In de huidige opvattingen maakt deze relatie het mogelijk om virtuele (zeer kortstondige) fotonen of deeltjes te creëren. Dit zou aantrekking en afstoting moeten verklaren. Echter...? Deze manier van denken moet heel zorgvuldig worden beoordeeld binnen de oreonhypothese, zoals je later zult zien.
De vergelijkingen van bewegingen moeten worden gemarkeerd met de kwantumfysische uitdrukkingen.
De auteur waardeert de relativiteitstheorie zeker, een briljant stuk werk en het werkt erg goed. Hij kwam alleen met een heel andere beschrijving van relevante waarnemingen. Beide beschrijvingen verschillen totaal van elkaar en zijn niet met elkaar te verenigen.
Vergelijkbaar met dit: Isaac Newton beschreef licht met lichtkogels (fotonen), Christiaan Huygens met golven. Hun discrepantie overleefde meer dan twee eeuwen. De auteur vermoedt echt dat de wetenschappers elkaar respecteerden ondanks hun gigantische geschil. (Later is bewezen dat ze allebei gelijk hadden.)
De auteur verklaart de massatoename bij snelheden in de buurt van c, tijddilatatie en lengtecontractie op een niet-relativistische manier. Het is echt mogelijk. De bijbehorende paradoxen zoals 'de waarnemers zijn door elkaar gehaald' bestaan naar de mening van de auteur niet in de oreonhypothese.
De hypothese moet worden gezien als een filosofische beschrijving vanwege het ontbreken van uitgebreide berekeningen, op voorwaarde dat deze is gecorrigeerd door feitelijke waarnemingen.
Het is niet bedoeld als theologisch of religieus, noch als een sprookje.
Toekomstige natuurkundigen zullen nog veel werk moeten verzetten als gevolg van de oreonhypothese.
Kernen bestaan uit vele miljarden oreons. Deze oreons zijn de enige elementaire deeltjes.
De enige ladingen die oreons hebben, zijn massa, elektrische lading en spin.
Voor zover algemeen bekend zijn protonen en neutronen subatomaire deeltjes. Er zijn echter geen protonen en neutronen in de kern! Deze deeltjes bestaan alleen in de vrije toestand. Ze komen alleen voor in het geval van specifiek radioactief verval van kunstmatige kernen.
Vanuit kernfysisch oogpunt kunnen de waterstofkernen worden gezien als vrije protonen.
De oreons zijn kleiner dan neutrino's. De oreons zijn dus hypothetisch.
Vergelijk dit met de beginjaren van de moleculentheorie. In die tijd waren ze niet waarneembaar of meetbaar, maar ze waren nuttig om veel te begrijpen. Zo is het ook met de oreons.
Alle oreons hebben dezelfde massa die wordt weergegeven door het symbool ₪, uitgesproken als 'de oreonmassa'. De ₪ is de kleinste massa die er bestaat.
De massa van een elektron-neutrino is maximaal 1,6 miljoenste van de massa van een elektron. Aangezien een neutrino uit ten minste één oreon bestaat, is de massa van een oreon, ₪, maximaal 1,6 miljoenste van de massa van een elektron.
Een elektron-neutrino bevat ten minste één zoreons of een poreon en een noreon (zie volgende §§). Dit betekent dat een elektron minstens 0,64 miljoen oreons bevat en een proton minstens 1,2 miljard.
Alle oreons hebben een spin van gelijke grootte. Die spin is gelijk aan de grootte van de spin van een proton en van een elektron. Het symbool voor de grootte van de 'oreon-spin' is $. De grootte is ħ/2.
Fermionen hebben een oneven spin, (2n+1)·$
Bosonen hebben zelfs spin, 2n·$.
Merk op dat de symbolen voor de massa, lading en spin van de oreons valutasymbolen zijn.
De enige soort 'ladingen' op oreons zijn elektrische lading, massa en spin.
Dit zijn vaste waarden en zelfs natuurconstanten.
Als we het in de rest van de tekst over lading hebben, wordt elektrische lading bedoeld.
Energie kan ook een 'lading' van een deeltje zijn, maar deze kan variabel zijn. Denk hierbij aan kinetische energie en energie in een conservatief krachtenveld, potentiële energie.
Er zijn elektrisch negatief geladen oreons. Ze hebben allemaal dezelfde lading als elektronen. Ze worden ook wel noreons genoemd. (n = negatief)
Er zijn elektrisch positief geladen oreons. Ze hebben allemaal dezelfde lading als een waterstofkern. Deze lading wordt de poreonlading of protonlading genoemd, symbool € en de waarde is 1,60217653 × 10−19 coulomb.
De som van de poreonlading en de noreonlading is precies gelijk aan nul.
Het is een fysisch model, dat de wet van Coulomb van toepassing is op het kleinste niveau van de oreons.
Hoe worden krachten overgedragen? Via de wetten van Maxwell, met elektromagnetische interactie die met de snelheid van het licht 'lokaal' beweegt, of met een ogenblikkelijke kracht met een 1/r2-wet ? 'niet-lokaal'. In § 7.10 volgt het antwoord. Kijk daar nu niet, want je zult het op dit moment niet kunnen begrijpen.
Afstoting tussen twee positieve ladingen kan worden begrepen met virtuele fotonen dankzij de wet van behoud van impuls, maar aantrekking tussen tegengesteld geladen deeltjes kan dat niet. Als gevolg hiervan verwerpt de auteur de verklaring van het krachteffect door fotonen.
Kortom, de interactie op afstand is nog niet verklaard.
Er zijn ook elektrisch neutrale oreons, of zoreons. Hun lading is precies nul.
( z = zero = nul = 0.)
De massa, lading en spin van een oreon kunnen niet veranderen.
Het aantal poreons in het universum is constant. Dat is de wet van behoud van het aantal poreons. Op dezelfde manier is er de wet van behoud van het aantal noreons en de wet van behoud van het aantal zoreons. Een gevolg is de wet van behoud van oreons.
De constantheid van ₪ is ook een behoudswet.
De ₪ verandert niet met grote snelheid, in tegenstelling tot wat Albert Einstein beweert.
De ₪ verandert ook niet door bindingsenergie. Weer een tegenspraak met Einstein.
Deze behoudswetten zijn niet geassocieerd met symmetrieën, omdat het aantal oreons geen continue variabele is.
Zie § 2.1 in verband met 'verborgen massa'.
Bij elke vorm van kernreactie lijkt massa te verdwijnen, de 'verborgen massa'. Deze 'verloren' massa wordt meegevoerd door opspattende oreons met veel kinetische energie (warmte).
GEVOLGEN
De verborgen massa heeft niets te maken met de bindingsenergie of met E =mc2.
Als gevolg hiervan heeft het geen zin om massa in MeV uit te drukken.
De relativistische massa bestaat niet in de oreon-wereld.
In het geval van een kernreactie kan het nooit zo zijn dat de totale massa van de betrokken kernen zou toenemen. Het zou ongelooflijk toeval zijn als vele miljarden oreons uit de omgeving zouden worden geabsorbeerd.
De klassieke wet van behoud van massa en de wet van behoud van energie blijven behouden! (Dus, volgens de stelling van Noether, worden de corresponderende symmetrieën ook gehandhaafd.)
Massa en energie zijn niet gekoppeld aan E=mc2 in de oreonhypothese. Aan kernenergie wordt bijzondere aandacht besteed in § 3.3.
De massa van een object is evenredig met het aantal oreons. Massa wordt dus gekwantificeerd. Het betekent dat elke massa in het universum een positief veelvoud is van de oreonmassa. m = ₪·N.
De wetten van behoud van lading, impuls en impulsmoment blijven ook volledig geldig.
Als een deeltje A uiteenvalt in de kleinere deeltjes B en C,
dan moeten alle fragmenten van B en C van tevoren in A zijn geweest.
Dit principe is altijd toegepast in de klassieke natuurkunde en scheikunde.
Dit principe geldt ook voor de kern- en deeltjesfysica!
GEVOLGEN
Alle hadronen vervallen (na een paar tussenstappen) en eindigen in protonen en elektronen. Protonen en elektronen bestaan elk uit oreons. Vanwege het principe van dissociatie zijn alle hadronen samengesteld uit oreons.
Iets soortgelijks kan gezegd worden over mesonen en leptonen. Ze vervallen tot elektronen en/of neutrino's.
Kortom: alle deeltjes zijn opgebouwd uit orenen.
Samengestelde deeltjes
Kortom, veel aantallen positieve, negatieve en neutrale oreons kunnen samenklonteren. Omdat ze niet altijd netjes gestapeld zijn, kunnen er ook gaten of holtes in het samengestelde deeltje zitten, net als bij kristallen.
De belangrijkste krachten in de samengestelde deeltjes, kernen en subatomaire deeltjes, zijn de elektrische krachten. In veel mindere mate spelen spinkrachten een rol, een tweede-orde-effect van magnetische aard.
De extreem kleine omvang van de oreons veroorzaakt extreem krachtige Coulomb-krachten.
De zwaartekracht is hier volledig te verwaarlozen. Andere krachten spelen geen rol.
Er is geen argument of reden om aan te nemen dat het aantal noreons en poreons in het universum gelijk zou moeten zijn, ook al zouden we dat misschien zo willen. Natuurkundigen houden van symmetrie. Is dit een kwestie van natuurkunde of van een hobby en hoop?
Desalniettemin, veronderstel, dat de twee getallen gelijk zijn.
Orenen zijn fermionen die kunnen paren om bosonen te vormen.
Kernen tonen zich daardoor als harde kristallen.
De lading van een kern is de algebraïsche som van de ladingen van alle oreons. Dit bepaalt het atoomnummer Z en het type element in het periodiek systeem van Mendelejev. De lading van de kern is dus het atoomnummer maal de poreonlading = Z·€.
Het tekort aan noreons in de kern – dat de kern positief maakt – is te vinden in de elektronen van een atoom rond de kern. De totale lading van het atoom is dus precies nul.
Kernen bestaan uit veel poreons, iets minder noreons en een willekeurig aantal zoreons. Het omgekeerde kan gezegd worden over elektronen. Er ontbreekt niets.
Het is (nog) volstrekt onbekend, om welke reden(en) de natuur een duidelijke voorkeur heeft voor positieve kernen en (negatieve) elektronen.
Het is betrouwbaar dat er ook een wereld met negatieve kernen en positieve elektronen zou kunnen bestaan. In de natuur zijn echter tot op de dag van vandaag nooit negatieve kernen ontdekt. Er zijn slechts enkele kleine negatieve kernen bekend; kunstmatig.
Waarom zijn kernen positief en niet negatief? De auteur gelooft het volgende.
Kort na het ontstaan van het universum hebben beide mogelijkheden – positieve of negatieve kernen om tot bestaan te komen – dezelfde kans om te gebeuren. Het is als het opgooien van een muntstuk, 50% - 50%.
Deze verklaring verwijdert de vraag: "Waar is de antimaterie in het universum."
Wees niet verbaasd, als later blijkt, dat de helft van de spiraalnevels in het heelal positieve kernen bevat en de andere helft negatieve.
Of deeltjes uitsluitend uit zoreons kunnen bestaan, is zeer de vraag. Het is slechts een vage gok. Misschien een vluchtige 'wolk' of 'donkere materie'; element nul.
Als zo’n wolk voldoende groeit, gaat gravitatie een rol spelen. Dat is dan het begin van een nieuw hemellichaam.
Wanneer kernreacties plaatsvinden, is het netto resultaat altijd dat de gemiddelde afstand tussen de oreons in de deelnemende kernen is afgenomen. Als gevolg hiervan wordt de elektrische plus een beetje magnetische energie uiteindelijk voor elke reactie omgezet in warmte. Het gaat dan altijd om tientallen MeV's of een aantal picojoule per kern.
De bijdrage van de magnetische energie is ongeveer één per duizend in verhouding tot de elektrische energie. Dus dat is keV's of femtojoules.
De weggespatte oreons transporteren kinetische energie met zich mee.
Door de zeer kleine afstanden in een kern zijn de Coulombkrachten relatief sterk. Ze kunnen de kern zeer stevig en stabiel maken. Echter...
De natuur vertoont slechts enkele honderden stabiele deeltjes. Wat maakt deze kernen (on-)stabiel? Wat maakt dat we niet meer zien?
Aangezien alle oreons fermionen zijn, is het uitsluitingsprincipe van Pauli van toepassing. Maar ze vormen boson-paren.
Te veel poreons ten opzichte van noreons (of omgekeerd) maakt het deeltje onstabiel. Het zal ontploffen.
Het is te verwachten, dat halfwaarde tijd van de radioactiviteit in grote lijn evenredig zal zijn met het kwadraat van de kernlading en omgekeerd evenredig met het aantal oreons in de kern.
De zoreons (z = nul) zijn met hun magnetische spinkracht alleen gebonden aan andere oreons. Dat is altijd een relatief zwakke schakel. Hoe meer zoreons ten opzichte van de geladen oreons, hoe onstabieler het samengestelde deeltje.
Hoe meer gaten, lege ruimtes, een samengesteld deeltje bevat, hoe onstabieler het is. In zo’n ‘femtokristal’ kunnen de gaten groot zijn ten opzichte van het volume van de kern.
Te veel poreons kunnen lokaal in de kern worden opgehoopt. Hetzelfde geldt voor noreons. In feite is de kern dan erg inhomogeen en een dipool.
Hoe groter de hoeksnelheid van de gehele kern, hoe groter de kans, dat er brokstukken vanaf vliegen.
Lijkend op kristallen, planetoiden en/of komeetkoppen, kunnen kernen allerlei vormen hebben. Hoe groter de kern is, hoe groter de kans op een desastreuze botsing met externe deeltjes zoals de zonnewind, kosmische straling, K- en L-elektronen in het atoom.
De interne trillingen van de kernen kunnen invloed hebben op de stabiliteit, fononen en thermische energie van de afzonderlijke oreons.
Neem een fantasiekern met 500 miljard poreons en hetzelfde aantal noreons. Er zijn geen zoreons. Deze neutrale kern is volledig stabiel en doet sterk denken aan een NaCl-kristal.
Nu, in onze gedachten, gaan we een noreon verwijderen van een willekeurige plaats in deze kern. Telkens wordt de elektrische lading met één € verhoogd. Met elke stap wordt de kern een klein beetje minder stabiel. Zelfs als honderd noreons worden verwijderd (de kernlading is dan honderd €), is de kern nog steeds stabiel genoeg om te blijven bestaan. Want honderd is heel weinig in vergelijking met een miljard.
Er zal onverbiddelijk een grenswaarde voor zijn.
Is dit het geval met de kern van element nummer 120?
120 is het hoogste atoomnummer. De halfwaardetijd van 294-oganesson, het enige bekende isotoop, bedraagt 0,8 ± 0,2 milliseconden.
Als een aantal poreons plus hetzelfde aantal noreons aan een kern worden toegevoegd, neemt de massa toe, maar blijft de lading hetzelfde. Dan is er een kern van hetzelfde element ontstaan.
Hetzelfde geldt voor een verandering in het aantal zoreons.
Beide mogelijkheden kunnen ook tegelijkertijd actief zijn.
Dan is er nog een isotoop van dat element. Isotopen verschillen uiterlijk in atoommassa. Onstabiele isotopen verschillen in de manier van verval.
Heeft iemand ooit begrepen waarom er (bijvoorbeeld) drie keer zoveel Cl-35-nucliden zijn als Cl-37? Toeval? De oorzaak is (nog steeds) onbekend, ondanks de ontdekking van enkele patronen. In de gebruikelijke beschrijving van kernen:
Vanaf atoomnummer 20 komen in de natuur alleen nog isotopen met een neutronenoverschot voor.
Er is slechts een zeer klein aantal nucliden met een oneven aantal protonen en een oneven aantal neutronen.
Als een poreon en noreon samen worden vervangen door twee zoreons in een kern, blijven de massa en lading behouden.
In dat geval is er per definitie sprake van een andere equitoop.
Het zijn beide speciale isotopen en isobaren.
Ze verschillen in stabiliteit.
Er zijn twee soorten neutronen ontdekt. Het ene type heeft een halfwaardetijd van 888 seconden en het andere 879 seconden. Misschien kan het (eigenaardig) worden verklaard door verschillende manieren van meten, de 'fles'- en 'straal'-methoden, zo wordt gezegd. Twee verschillende manieren om één en dezelfde hoeveelheid te meten, worden echter verondersteld dezelfde resultaten te geven.
Het is duidelijker dat dit alleen goed kan worden begrepen als er twee verschillende equitopen van neutronen zijn.
Sommige radioactieve isotopen lijken op meerdere manieren uit elkaar te vallen. Bismut-212 kan bijvoorbeeld zowel nelectron- als heliumzender (β- en α-straling) zijn. Hoe werkt het?
De oreon-hypothese gaat ervan uit dat er (ten minste) twee verschillend samengestelde bismut-212-kernen, equitopen, zijn.
Het aantal equitopen per isotoop kan verbazingwekkend groot zijn. Of er daadwerkelijk een aantal zeer verwante kernsoorten gerealiseerd zullen worden, is geenszins duidelijk. Bij stabiele kernen is dit niet op te merken. In de meeste gevallen zullen alle mogelijke varianten nooit aan het licht (kunnen) komen.
Het zal zeker moeilijk zijn om equitopen van elkaar te scheiden. Met de huidige kennis heeft deze poging echter geen enkel nut.
Alle onstabiele hadronen vervallen uiteindelijk in protonen en elektronen.
De protonen en elektronen bestaan uit oreons.
Volgens het dissociatieprincipe bestaan alle hadronen, exoten, uit oreons.
Mogelijk bestaan?
Positieve exoten die na eventueel verval alleen protonen opleveren en geen leptonen.
Exotische soorten die alleen uit zoreons bestaan. Als ze bestaan, zijn ze extreem onstabiel.
Antimaterie bestaat niet noodzakelijkerwijs, in tegenstelling tot wat professor Paul Dirac beweert. Anti-oreons zijn daarom misschien overbodig.
Een positron kan bijvoorbeeld gewoon een positief elektron zijn, een pelektron, gewone materie.
Zie de relativistische vergelijking E2 = (mc2)2 + (pc)2 Als m wordt vervangen door –m of E door –E , dan is de vergelijking nog steeds waar.
Op
dezelfde manier laat de kwantumvergelijking van Dirac dezelfde
mogelijkheden zien.
.
Over het algemeen kunnen sommige vergelijkingen meer dan één oplossing hebben, terwijl ze wiskundig perfect zijn. Het betekent niet noodzakelijkerwijs dat al deze oplossingen in de natuurkunde kunnen worden toegepast.
GEVOLGEN
Wanneer een positief en negatief elektron elkaar naderen en elkaar bijna raken, vormen ze een binding. Er wordt een elektrische dipool ( + – ), negpo genoemd, gevormd, een elektron-negpo om precies te zijn, die ook een magnetische quadrupool (↑ ↓) heeft. Negpo's laten geen sporen achter in een Wilson-wolkenkamer of in een bellenkamer. Dit is dus de nieuwe verklaring voor 'vernietiging'. Het blijkt gewoon associatie te zijn.
Een intermediairee femto'dubbelster' kan positronium zijn.
Andere soorten deeltjes kunnen ook een negpo vormen.
Bijvoorbeeld een oreon-negpo.
Er is altijd een mogelijkheid dat een aantal zoreons of neutrino's zich aan een negpo kunnen hechten.
Om een elektron-negpo weer te laten dissociëren, is een botsing met een deeltje of foton met voldoende energie nodig. Er is dus geen echte schepping.
Tot slot kun je hier zien dat antimaterie een volledig overbodig concept is.
Een neutron vervalt nooit in sommige nelectron-pelectron-paren omdat de massabalans nooit past.
Als een pelectron en nelectron zich associëren tot een elektron-negpo, worden meestal twee gammafotonen waargenomen.
De massabalans bij de vorming van een elektron-negpo is (voorlopig te wijten aan § 7.1).
2mel = mnegpo + 2mγ + de massa van wegspattende oreons.
Hierdoor is mnegpo < 2mel.
Wanneer u § 7.1 en verder leest, dan moet dit opnieuw worden bekeken.
Doe het alsjeblieft nu niet. Blijf in de juiste volgorde voor begrip.
A
nti-neutrino's
bestaan niet.
Een elektronneutrino bestaat uit een relatief klein aantal positieve oreons en evenveel negatieve oreons plus een aantal zoreons.
Mogelijk zijn er enkele neutrale, magnetisch gebonden oreons toegevoegd. Tau en muon-neutrino's kunnen bestaan. Ze kunnen in elkaar overgaan. Sterren zijn de belangrijkste 'leverancier' van de verschillende neutrino's. Ze kunnen voorkomen bij allerlei soorten kernreacties. Ze behoren dan tot de ontsnapte oreons, al dan niet samengeklonterd.
Elke gebeurtenis heeft een oorzaak, dus ook voor radioactief verval.
De heersende opvatting was dat onstabiele deeltjes zonder aanwijsbare reden vervielen. Het was toeval.
In de oreonhypothese vervalt een onstabiele kern omdat een deeltje van buiten de kern ermee in botsing komt. Dit kan een K-elektron zijn of een deeltje van kosmische straling. Het blijft een toevallige gebeurtenis maar met een verklaarbare oorzaak.
Sommige zware kernen zoals 92-uranium-238, 94-plutonium-236 en
98-californium-252 lijken 'zomaar' te splitsen. In werkelijkheid worden ze altijd geactiveerd door een niet-detecteerbaar projectiel: een vrij rondlopend neutron, een foton met voldoende energie, kosmische straling, enz.
Deze splitsing kan worden gezien als radioactiviteit.
Elke gebeurtenis in het universum heeft dus een oorzaak.
Ruwweg in de periode van Christiaan Huygens tot Albert Einstein was er een geloof en behoefte, dat aether zou bestaan.
Geluidstrillingen verplaatsen zich via golven door lucht of een ander medium, vast, vloeibaar, damp of gas.
Men wist van Christiaan Huygens, dat licht een golfverschijnsel zou kunnen zijn, dat gepolariseerd kon worden. Dat betekende, dat licht transversaal trilde en dat kon alleen in een vaste stof of een taaie vloeistof. Een terechte vraag was toen: wat was dan het medium? Men verzon toen het onbekende medium aether dat een zeer taaie vloeistof zou zijn. Maar dat was nog nooit waargenomen. Het kon alleen als dat spul uit extreem kleine deeltjes (veel kleiner dan elektronen) zou bestaan die elkaar voldoende aantrekken, terwijl de deeltjesdichtheid extreem groot was. Aether zou heelalwijd aanwezig moeten zijn om sterren te kunnen zien. Bovendien zou alle materie met aether doordrongen zijn.
Michelson en Morley maten met zeker acht cijfers nauwkeurig, dat de lichtsnelheid nooit sneller was dan 299 792 458 m/s. Dat beëindigde het geloof in het bestaan van aether gedurende minstens eeuw. Ten onrechte, zal bijken.
Elektromagnetische straling zou voortaan een medium hebben.
In
eerste instantie draait de aarde in 24 uur om haar as. Bij nadere
beschouwing roteert de aarde op een vertraagde manier, zodanig, dat
elke eeuw gemiddeld ongeveer een minuut verloren gaat.
(schrikkelseconde!)
Er zijn verschillende oorzaken voor die
vertraging bedacht, terwijl de aether niet genoemd werd. Toch, als
de aether bestaat, moet diens bijdrage aanwezig zijn als wrijving.
Welk percentage van alle bij de astronomen bekende effecten levert
de aether dan?
Nicolas Fatio de Duillier en Georges-Louis Le Sage bedachten onafhankelijk van elkaar, dat gravitatie verklaard kon worden met aether. (‘pushing gravity’)
Het Casimir-effect wordt heden met virtuele deeltjes verklaard. (Lijkt op pushing gravity). Dat kan ook met de reële deeltjes van de vermoede aether.
Einsteins relativiteitstheorie leek een betere verklaring dan aether, omdat Newton beweerde, dat licht uit ‘kogeltjes’ bestond, ‘fotonen of quanta’ zei men later. Einstein won ten nadele van de aethertheorie.
Pushing gravity zou volgens Kelvin veel warmte doen ontstaan.
In vacuüm geen wrijving waargenomen
Einstein beweerde bij de introductie van zijn relativiteitstheorie, dat aether wel kan bestaan maar dat die niet waarneembaar was.
Pushing gravity zou kunnen als de nog onbekende aetherdeeltes de opgewekte warmte (volgens Thomson) zouden kunnen absorberen ( = aanslaan als rotatie- en trillingsenergie) en afvoeren de ruimte in.
Aether
is echter wel waarneembaar, als je maar weet waar je moet kijken,
zelfs bij zeven processen.
Die
worden in de komende hoofdstukken besproken.
Het is niet zo erg, dat aether niet waarneembaar is. Er zijn wel gevolgen door de aanwezigheid. Denk maar aan de zwaartekracht. Die is ook niet regelrecht waarneembaar. Toch twijfelt niemand aan de aanwezigheid ervan.
De oreon-hypothese gaat ervan uit dat het hele universum vol zit met neutrale deeltjes, de neutralons waaruit de neutralonoceaan bestaat. Dit medium beperkt de snelheid van elektromagnetische straling in vacuüm tot 300 Mm/s.
GEVOLGEN
Als de neutralonoceaan echt bestaat, dan klontert hij niet samen en kan hij stabiel zijn, omdat neutrale deeltjes zwak binden en botsingen ervoor kunnen zorgen dat de samengeklonterde deeltjes losraken door thermische beweging.
Vroeg of laat zal een positief deeltje in het vacuüm een negatief deeltje ontmoeten en eraan binden. Daarom is er overal in de ruimte een overschot aan neutrale deeltjes. De meeste soorten van deze deeltjes zijn zo klein dat ze niet of nauwelijks kunnen worden gedetecteerd. Hierdoor is het (nog) niet mogelijk om het aantal per volume te meten.
Buiten de kern kunnen poreons, noreons en zoreons allerlei combinaties vormen. Dit leidt tot verschillende soorten deeltjes, al dan niet stabiel. Als het aantal poreons gelijk is aan het aantal noreons, worden neutrale deeltjes gevormd. Dat zijn de neutralons. De bekendste neutralons zijn het neutron, het neutrino en nu het zoreon (zie einde van § 1.4 en negpo § 4.1).
De neutralon-oceaan doet denken aan de meer dan een eeuw oude aethertheorie. Einstein postuleerde voorzichtig dat de aether (op dat moment) niet waarneembaar was. Hij beweerde dus niet dat de aether niet bestond.
Iemand (wie??) kwam ooit met de volgende gedachte. Een vis heeft geen idee dat hij volledig omringd is door water.
Mensen hebben bijvoorbeeld niet het gevoel dat ze omringd zijn door neutralons.
De oude aether, nu de neutralonoceaan, zou een medium zijn voor elektromagnetische straling.
Hoe moeten de resultaten van het Michelson-Morley-experiment worden geïnterpreteerd? Het is een feit, dat de lichtsnelheid c in vacuüm maximaal 300 Mm/s is voor elke waarnemer. Het wordt niet ontkend.
De wet van Stokes impliceert een snelheid die naar een constante waarde gaat. Elke andere wet over wrijving zal hetzelfde doen. Het resultaat voor elektromagnetische straling geeft 300 Mm/s. Elke waarnemer zal daardoor dezelfde limiet ontdekken.
Daarom kunnen extreme snelheden niet zomaar bij elkaar worden opgeteld, niet als scalairen of als vectoren.
Als er geen neutralonoceaan zou zijn, zou de snelheid van elektromagnetische straling waarschijnlijk veel groter zijn dan 300 Mm/s en superluminaal worden.
Hierdoor zijn de gangbare interpretaties van dit experiment niet bruikbaar.
Wanneer een deeltje door de neutralonoceaan beweegt, is de druk door de neutralons iets groter vanaf de voorkant dan vanaf de achterkant. Als gevolg hiervan zal het deeltje enigszins worden samengedrukt, als het samengesteld is, en iets worden vertraagd door een beetje wrijving.
De samentrekking of vervorming is groter, naarmate de snelheid groter is.
Het fenomeen zou zijn waargenomen door verstrooiingstests.
Het is te verwachten dat de neutralonoceaan ook alle atomen zal doordringen.
Daarom zal er interactie zijn met de elektronen van een atoom en misschien zelfs met de kern. Omdat de neutralons meestal een veel kleinere massa hebben dan de elektronen, zal er weinig momentumoverdracht zijn. De meeste botsingen zullen bijna perfect elastisch zijn.
De rozetvormige baan van (voornamelijk) de planeet Mercurius kan worden verklaard door het verlies aan kinetische energie van de planeet door de wrijving met de neutralonoceaan enerzijds, en door de compensatie hiervan dankzij zonnestraling anderzijds. De beweging van Mercurius blijft dus stationair.
Hetzelfde kan worden toegepast op alle exoplaneten in het universum.
Hier volgen de zeven genoemde effecten ten gunste van de neutralonoceaan samengevat.
De oude aether, nu de neutralonoceaan, zou een medium zijn voor elektromagnetische straling.
Dit medium beperkt de snelheid van elektromagnetische straling in vacuüm tot 300 Mm/s.
De rozetvormige baan van Mercurius
De neutralonoceaan geeft twee bijdrages aan de roodverschuiving.
De neutralonoceaan kan het casimir-effect en de gravitatie verklaren.
De tweede-orde Brownse beweging nabij nul kelvin
Lengteverkorting door beweging in de neutralonoceaan
De donkere materie in het heelal is de neutralonoceaan.
Deze hypothese is zeer speculatief.
Er is aangenomen dat fotonen oreons bevatten. De oreons surfen met de snelheid van het licht op de elektrische component van de elektromagnetische straling. Hun massa is zo klein dat ze altijd kunnen meetrillen.
GEVOLGEN
De fotonen die met de snelheid van het licht bewegen, dragen oreons met zich mee. Omdat het foton elektrisch neutraal is, moeten de aantallen noreons en poreons gelijk zijn.
De noreons en poreons trillen mee met het veranderende elektrische veld van het foton. Hun massa is zo klein dat ze gemakkelijk elke frequentie kunnen volgen. De ongeladen zoreons hebben echter zeer onvoldoende grip bij het trillen en kunnen aan elk foton ontsnappen.
Wanneer twee hoogenergetische fotonen botsen, kunnen twee elektronen associëren tot een elektron en een nelektron. Dit werd schepping genoemd. De benodigde oreons komen van de twee fotonen.
De
energie van fotonen moet worden heroverwogen door toekomstige
natuurkundigen!
Hetzelfde geldt voor het Compton-effect.
Fotonen met oreons bewegen altijd door de neutralonoceaan. De 'wrijving' zorgt ervoor dat de energie van het foton geleidelijk afneemt. Dit neutraloneffect zorgt er dus voor dat de frequentie van het foton geleidelijk afneemt, evenredig met de reisafstand. Dit veroorzaakt roodverschuiving.
De snelheid van de fotonen wordt beperkt door de aanwezigheid van de neutralonoceaan en blijft maximaal c = 300 Mm/s.
Volgens een van de wetten van Maxwell moeten de trillende oreons in een foton wat energie verliezen. Dit Maxwell-effect zorgt ervoor dat de frequentie en dus de energie en het aantal oreons van het foton geleidelijk afnemen terwijl het door het universum reist. Het is een extra bijdrage aan de roodverschuiving bij sterren.
Wanneer een nelectron zich in een aangeslagen toestand bevindt, wordt het altijd geassocieerd met ten minste één foton en dus ook met een aantal extra oreons. Het elektron bevindt zich in een 'aangeslagen toestand'. Het elektron heeft dan meer elektrische energie dan in de grondtoestand.
Vroeg of laat zal het volgende gebeuren.
Naburige deeltjes verstoren deze onstabiele toestand; Ook het elektrische vermogen van de kern.
Het elektron en het bijgevoegde foton springen samen naar een lagere energietoestand.
Ondertussen maakt het foton zich los van het elektron.
Als een tussenliggend niveau wordt bereikt, wordt een foton uitgezonden met minder energie en met minder oreons. Een foton met minder oreons 'plakt' aan het elektron.
Het foton vertrekt met c in een onvoorspelbare richting.
Het aantal aangesloten oreons bepaalt mede de overgangskans naar een lager energieniveau.
Tijdens de emissie is continu voldaan aan de klassieke behoudswetten.
Als een geschikt foton wordt geabsorbeerd door een nelektron, dan hecht het foton zich met zijn oreons aan dit elektron en onmiddellijk springt het elektron, samen met het bijgevoegde foton, naar een hogere energietoestand.
Tijdens de absorptie zijn de instandhoudingswetten continu nageleefd.
Niet alleen elektronen rond een kern kunnen opgewonden raken en later hun overtollige energie verliezen, maar alle geladen deeltjes kunnen fotonen absorberen en weer uitzenden. Absorptie en emissie van energie vindt altijd plaats volgens de bovenstaande processen.
De meeste spins van de oreons in een foton zijn paarsgewijs antiparallel. In dit geval is de spin nul of 2$ als er twee dezelfde kant op wijzen. Als gevolg hiervan zijn het bosonen. Ze kunnen 'samen' in de laagste energietoestand komen.
Omdat fotonen oreons bevatten - materiedeeltjes - zijn fotonen gevoelig voor zwaartekracht.
Soms gedraagt elektromagnetische straling zich als een bundel deeltjes, deeltjes- of corpusculair gedrag, zoals bij het foto-elektrisch effect. En soms als een golfbeweging wanneer er een interferentiepatroon optreedt. Door de aanwezigheid van oreons is dit acceptabel.
Volgens
1] de gebruikelijke relatie, is er de onzekerheid tussen energie en tijd
2] evenals het nieuwe concept van oreons verbonden met fotonen,
We moeten ons afvragen waar de oreons vandaan komen als er een virtueel foton ontstaat? Het lijkt onmogelijk. Kijkend naar § 0.4 en § 1.4, zou de conclusie moeten zijn dat de overdracht van elektrische krachten gebeurt met de momentane wet van Coulomb.
Twee elektrisch ongeladen metalen platen lijken elkaar in een vacuüm aan te trekken met een kracht die omgekeerd evenredig is met de vierde macht van de afstand tussen de platen en evenredig met hun raakoppervlakte. Dit is het Casimir effect.
Botsingen van neutralons in de neutralonoceaan drukken de platen naar elkaar toe. Tussen de platen is die druk veel kleiner. De resulterende kracht lijkt een aantrekkingskracht, de ‘casimirkracht’.
Voor deze schijnbare aantrekking zijn om uit te leggen geen ‘spookdeeltjes’ of virtuele deeltjes meer nodig.
De kernfysica kende een slechte start. De natuurkundigen van die tijd werden misleid door de verhouding van de massa's van alle kernen: het ging steeds om vrijwel gehele getallen. En zo kwamen ze op het idee van protonen en later neutronen. En met een valse start wordt het erg moeilijk om een kernfysica op te bouwen. De wonderbaarlijkste kunstgrepen waren nodig. Als gevolg hiervan werd kernfysica overbodig en behoorlijk gecompliceerd.
Oreons
Alle bij de auteur bekende verschijnselen op het gebied van de kernfysica en de deeltjesfysica kunnen worden verklaard door de oreon-hypothese.
Hij studeerde af in de natuurkunde aan de Universiteit Leiden.
Alles in de kernfysica wordt een stuk eenvoudiger. Verouderde items zijn onder meer antimaterie, sterke en zwakke kernkrachten, quarks en chromodynamica, snaren en branen. De hele hypothese is rechttoe rechtaan driedimensionaal.
Kernen
Alle fysische kennis over kristallen kan worden toegepast op kernen.
De kristalstructuur van de kernen veroorzaakte de verstrooiingsproeven: de illusie van het bestaan van quarks.
Er is geen uitzondering op de behoudswet van massa, noch vanwege massadefecten, noch vanwege hogesnelheids in de relativiteitstheorie.
Als je de stelling of stelling van professor Emmy Noether bekijkt, is dat een goede zaak. De corresponderende symmetrie blijft gekoppeld aan de translatiesymmetrie op de zwaartekrachtenergieas voor het nulpunt van de zwaartekrachtenergie.
Geen uitzondering op de behoudswet van energie. Er wordt geen energie opgewekt uit massa of omgekeerd. De wet van behoud van energie is gekoppeld aan de translatiesymmetrie langs de tijdas voor alle wetten van de fysica.
Het bestaan van equitopen is al bewezen in neutronen.
Schepping en vernietiging
Het blijkt dat schepping en
vernietiging verkeerd zijn geïnterpreteerd.
(§
4.1 en § 4.2)
Neutrino's worden beter begrepen (§ 4.4).
Fotonen
De dualistische aard van fotonen kan beter worden begrepen door te geloven dat fotonen oreons transporteren. (§ 5.1 en 5.2)
Dit kan ook de gevoeligheid van fotonen voor de zwaartekracht verklaren. (Ibid.)
Neutralon Oceaan
De neutralonoceaan verklaart de constante, maximale lichtsnelheid. (§5.3)
Er is immers 'aether' en tegelijkertijd donkere materie in het heelal.
Er zijn ook extra factoren die bijdragen aan de roodverschuiving. (§5.3) Niet alleen het Doppler-eefect. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de astronomie.
Minstens vier beroemde professoren worden genegeerd: Einstein, 't Hooft, Higgs en Dirac. De auteur is onbedoeld zeer beledigend voor de vele geleerden, maar het is onvermijdelijk.
Het is ontzettend moeilijk om niet steeds terug te (willen) vallen op de concepten van Einstein, ondanks het feit dat zijn bevindingen al vele malen zijn bevestigd.
Het bestaan van oreons kan in 2025 nog niet worden vastgesteld. Door de onwaarneembaarheid van de oreons heeft de oreonmassa ₪ nog een onbekende waarde.
Er zijn nog weinig experimenten bedacht die de oreon-hypothese kunnen versterken of bevestigen. Zie het volgende hoofdstuk.
Het is nog steeds niet duidelijk welke reden de natuur heeft (of lijkt te hebben) om een voorkeur te hebben voor positieve kernen en negatieve elektronen.
Ook hoe de elektrische aantrekkingskracht tot stand komt, is nog steeds niet duidelijk.
De auteur is er (nog) niet in geslaagd om de massasnelheidsformule van Einstein af te leiden binnen de oreonhypothese. Zie verderop § 9.6.
Er
zullen nieuwe deeltjes worden ontdekt, zoals negpo's en neutrale
elektronen. (§ 3.4 en
§ 2.15) Ze kunnen al
zijn waargenomen maar nog niet als zodanig zijn herkend, voornamelijk
omdat er zoreons aan kunnen vastzitten, wat de massa
beïnvloedt.
Natuurkundigen zijn nog niet op de hoogte van de
oreonhypothese.
Het
aantal oreons per elektron en per kern is nog niet bekend.
Op
een dag zal het helder zijn.
Sommige bekende geladen deeltjes kunnen geladen fotonen zijn, vooral de zeer snelle.
Het is mogelijk dat de oreonmassa ₪ te zijner tijd wordt gemeten.
Het is te verwachten, dat er een maximale golflengte voor radio-emissie is en dus ook een minimale frequentie en dat deze waarden zullen worden bepaald.
Einstein’s massasnelheid formule is nog steeds niet netjes afgeleid.
Alles bij elkaar genomen: er is nog genoeg te doen voor de toekomstige fysici.
Tot nu toe kon het bestaan van neutrale deeltjes, zoals allerlei negpo's, zelectronen, alleen met indirecte methoden aannemelijk worden gemaakt. De natuurkundigen zouden een uitvinder zeer dankbaar zijn voor een detector die het bestaan van neutrale deeltjes direct en eenduidig zou kunnen bewijzen.
Met neutrino’s lukt het al, bijvoorbeeld met de Super-Kamiokande, de neutrinodetector in Japan. Nu nog met zoreons, negpo's en zelectronen.
Controleer of een van de deeltjes in de verzameling van momenteel bekende deeltjes een van de nieuw geïntroduceerde deeltjes is.
Probeer noreons, poreons, zoreons en oreon-negpos te detecteren.
Probeer het neutrale elektron = zelectron te ontdekkenals het door een kern worden uitgestoten. Het is βº-straling.
Probeer een deeltje te ontdekken dat (na een paar tussenstappen) uiteenvalt in alleen protonen.
Probeer iets te ontdekken dat uitsluitend uit zoreons bestaat.
Controleer of geladen fotonen bestaan.
Zijn er alleen bosonfotonen?
Neemt het aantal behoudswetten toe of af?
Zoek de juiste verhouding van de positieve, neutrale en negatieve oreons voor elke kern en deeltje.
Als je een ruimte vacuüm pompt , is het te verwachten dat de (eerste orde) Brown-beweging zal stoppen door een gebrek aan moleculen. Misschien bestaat er een tweede-orde Brown-beweging in vacuüm vanwege de aanwezigheid van de neutralon-oceaan. Het zal erg zwak zijn! Deze poging en mogelijkheid is de favoriet van de auteur.
Hoe lager de temperatuur, hoe minder kinetische energie de moleculen hebben.
Volgens de klassieke natuurkunde is bij nul kelvin al deze energie verdwenen.
De kwantummechanica spreekt over de 'nulpuntsenergie' > 0.
De Oreon-hypothese verwacht dan dat de tweede-orde Brownse beweging 'zichtbaar' is!
De tweede-orde Brownse beweging geeft een verstoring van de toestand van deeltjes, net als bij een experiment. De fysici van het grotere kamp van § 0.3 krijgen dan schijnbaar gelijk!
Een aantal paranormale verschijnselen kan worden verklaard door de golvende neutralonoceaan (drukgolven, spingolven). Met behulp van deze verschijnselen kan de superluminale snelheid van deze golven worden bepaald.
Verstrengeling en zwaartekrachtsgolven?
Bij deeltjesversnellingsexperimenten gaat het alleen om elektrisch geladen deeltjes.
Ze zenden röntgenfotonen uit, aldus Maxwell. (Bremsstrahlung)
Dit
is precies de reden waarom de formule van Einstein
niet geloofwaardig is.
Tijdens de afleiding werd nooit gebruik gemaakt van de lading, noch van röntgenstraling.
Is deze formule echt experimenteel bevestigd?
Wanneer een geladen deeltje versnelt, vangt deeltjes (als een sneeuwploeg) uit de neutralon-oceaan op. Het kan worden gezien als wrijving.
Ondertussen zendt het geladen deeltjes fotonen uit. Het foton neem massa mee.
experimenteel lijkt de totale massa toe te nemen.
Twee randvoorwaarden voor een nieuwe formule moeten worden vastgesteld:
1] de wrijving is nul tijdens rust en
2] De snelheid is altijd minder dan de snelheid van het licht.
Als een lading vertraagt, verliest het oreons en neemt zijn massa af.
Hysterese is mogelijk.
Als de snelheid hetzelfde blijft, verliest het deeltje evenveel oreons als het vangt. Dan blijft de massa hetzelfde; Een dynamisch evenwicht met fluctuaties.
Vermoedelijk trillen de oreons in de kern.
Met geschikte elektromagnetische straling en/of magnetische velden rond wisselstromen is het misschien mogelijk om de oreons sterker te laten trillen, misschien zelfs tot resonantie.
Het doel is om de kernen op deze manier te laten trillen, waardoor kernsplijting ontstaat.
Als de vrijgekomen kernenergie meer is dan de geleverde energie, is er een rendabele energiebron gevonden.
In principe maakt het niet zoveel uit om wat voor soort kernen het gaat.
Dan is het het goedkoopst om te kiezen voor een gangbare isotoop als teststof, als silicium in zand.
Het kan ook mogelijk zijn om radioactief afval te verwijderen door de radioactieve kernen aan stukken te schudden. Een mogelijk gevaar is dat de nieuwe isotopen sterker gaan stralen.
Als dit aftappen plaatsvindt, moet er een zwak röntgenlijnenspectrum waarneembaar zijn, omdat de K-schil weer gevuld moet worden.
Door met een bundel neutronen te tikken, kan de halfwaardetijd van een radioactieve isotoop worden verkort! Het mag geen nieuwe isotoop worden.
Het is de moeite waard om de oreons te detecteren die tijdens de fusie wegspatten.
Verdwenen in de oreonhypothese zijn de volgende thema's en grootheden.
Kernen zijn een mix van protonen en neutronen. Virtuele deeltjes.
Antimaterie en majorana's, vernietiging en creatie.
Sterke en zwakke nucleaire krachten met de Yukawa- en Reid-potentiaal.
(De koppeling tussen) massadefect en bindingsenergie. E=mc2.
Sterke kernkrachten met het quarkmodel, quantumchromodynamica en gluonen.
Elektrozwakke theorie, zwakke kernkrachten met isospin, de W- en Z-bosonen.
Kleur en smaak . Het standaardmodel.
Verschillende snaar- en braantheorieën.
Elke waarheid doorloopt 3 fasen:
Eerst wordt een waarheid belachelijk gemaakt.
Dan wordt de waarheid heftig bestreden,
En dan, in de derde fase, wordt het als vanzelfsprekend beschouwd.
Arthur Schopenhauer (1788-1860)
Dank u voor uw aandacht.
De auteur is bereid om dit alles met iedereen te bespreken.